Onze energie – een pleidooi voor een commonsfonds

Schatmakers jagen maatschappelijk ondernemerschap aan. Dankzij maatschappelijk ondernemerschap ontstaat een effectieve samenwerking tussen overheid markt en gemeenschap.

Onze energie – een pleidooi voor een commonsfonds

Vormgeven aan de financiering van de energie-commons

In mijn praktijk van Schatmakers ben ik geregeld op zoek naar een slimme manier om de commons, de gemeenschap, weer vitaal te maken. In de energiewereld waar ik veel activiteiten uitvoer, kwam ik een interessante mogelijkheid tegen waarmee burgers samen hun eigen duurzame energieprojecten zelf financieren. Ik vertel je er graag meer over.

Aanleiding
De noodzaak voor een energietransitie is eminent. Overheids- en (quasi-)marktpartijen zijn actief om de energietransitie in diverse maatschappelijke sectoren tot stand te brengen. In de bebouwde omgeving doen zij dat vanuit hun eigen systeem-realiteit. Dat wil zeggen: het top down uitrollen van de Regionale Energie Strategieën waaronder de warmtenetten een belangrijke rol spelen, maar ook de realisatie (van overheidswege) van zonneparken en windmolenparken.

Tegelijkertijd is er een transitie gaande die het vraagstuk van energie raakt, maar ook andere maatschappelijke sectoren (werk/ armoede/ gezondheid/ landbouw/ etc). Die transities worden gekenmerkt door gestolde institutionele kaders en organisaties die proberen te optimaliseren en efficiëntie en effectiviteit te bevorderen maar feitelijk nog steeds handelen vanuit het eigen (reeds lang bestaande) paradigma. Dat paradigma gaat uit van voorspelbaarheid, collectiviteit, rechtmatigheid, routine, planning, regelgeving, hiërarchie en institutionele samenwerking en partnering.
In diezelfde transitie komen van ‘onderop’ zonder dat er door de systeempartijen om wordt gevraagd, initiatieven op die ook gericht zijn op de energietransitie. Dat zijn initiatiefnemers, huiseigenaren, huurders, bedrijven, instellingen die hun vastgoed en omgeving willen verduurzamen. Zij nemen initiatief voor duurzame opwek, besparingen, verduurzaming van vastgoed en het realiseren van energie buffers, elektrisch vervoer etc. het paradigma waar deze partijen naar handelen is er een van de commons, oftewel de gemeenschap. Mensen gaan uit eigen beweging, zelfgestuurd aan de slag, zij doen het met elkaar, er is sprake van coöperatie, wederkerigheid. Direct gewin is slechts een element, er zijn ook idealen, en er is betrokkenheid.

Bottom up beweging krijgt geen support uit het systeem
Deze beweging van onderop krijgt weinig support vanuit het systeem. Het is niet ingericht op initiatieven die niet bijdragen aan het eigen paradigma. Zo is de subsidieregeling Duurzame Energie tot stand gekomen door iedere inwoner en instellingen en bedrijven een opslag op de energierekening te geven en daarmee mee te laten betalen aan de subsidieregeling. Deze opslag (Opslag Duurzame Energie) voedt het fonds van de subsidieregeling. Het ministerie EZK voert de regeling uit via het loket van Raad voor Ondernemend Nederland.
De mogelijkheden van inwoners om subsidie uit deze regeling te krijgen – ondanks dat ze deze zelf voeden -, is beperkt. Vaak zijn het grote projecten die subsidie krijgen, niet zelden getrokken door bedrijven, die grote duurzame energieprojecten realiseren, bijvoorbeeld een windpark. Het eigenaarschap en de opbrengsten van deze windparken gaat naar deze bedrijven of beleggers achter deze bedrijven. En het komt ook voor dat deze bedrijven in het buitenland gevestigd zijn en het komt ook voor dat deze bedrijven zo behendig zijn in het voorkomen van het betalen van belasting dat zij de facto niets bijdragen aan de Nederlandse economie of de Nederlandse Belastingdienst.
Dat is op zich al opmerkelijk. Maar als we er historisch naar kijken is het nog een graadje erger. Energie is van oorsprong een commons goed. Zo is hout al eeuwen energie. In Zuid-Limburg tref je nog een eeuwenoud gezamenlijk productie bos (het Holset) waar de bewoners in de omtrek zelf hun gemeenschappelijke haardhout oogstten.

De vervreemding van de energievoorziening
Langzamerhand rond de eeuwwisseling rond 1900 namen provincie en gemeenten de productie van energie over. Het duurde vervolgens bijna 100 honderd jaar voordat de lokale energiebedrijven – na vele fusies – werden geprivatiseerd. De productie van energie werd geprivatiseerd en de distributie ervan werd in grote publieke netwerkbedrijven op aanzienlijke afstand van de gemeenten en provincies geplaatst. Vanuit de inwoners gezien is wat ruim 100 jaar geleden nog onze energie was, anno nu helemaal geen sprake meer van onze energie. Energie als commons goed werd eerst gecollectiviseerd en vervolgens geprivatiseerd en verZBO-t op grote afstand van ons als inwoners.

De verelendung van de commons
De geschetste ontwikkeling van de energie is ook terug te vinden in andere velden die vroeger onderdeel waren van de commons: volkshuisvesting (woningcoöperaties), gezondheid (groene kruis/ caritas), verzekeringen (onderlinge verzekeringen), pensioenen (bedrijfsverenigingen) etc. Deze velden ondergingen een vergelijkbaar proces: ze kwamen eerst onder de invloed gebracht van de staat (verstatelijkt) en werden later veelal naar de markt gebracht (vermarkt).
Het resultaat is dat de gemeenschap een leeggezogen domein is, terwijl de overheid en de markt volgeladen zijn met taken die over ons leven gaan.

Omgaan met de tegenstellingen

Op welke wijze kan de gemeenschap weer kracht krijgen om de doelen en ambities en verlangens die daar omtrent duurzame energie leven te realiseren zonder zich direct uit te leveren aan de overheid of de markt? Die vraag is opportuun. Iedereen die als transitiemanager actief is, heeft wel eens ervaren dat de systeempartijen, de overheid en de markt, in wezen niet geïnteresseerd zijn in de ideeën die in de gemeenschap leven. De facilitering van die verlangens is vaak teleurstellend, als die al in voorkomende gevallen überhaupt aanwezig zou zijn. En dat hoeft niet als een verwijt jegens de overheid of markt te worden opgevat. Deze desinteresse en onvermogen is te verklaren door de grote verschillen in culturele waarden en paradigma’s. Dat maakt een succesvolle uitwisseling tussen deze werelden weinig kansrijk.
De overheid kent beperkende regelingen, de marktsector kan haar winsten en schaaleffecten niet realiseren in en met de commons. Banken kunnen gemeenschapsinitiatieven niet goed financieren omdat ze de maatschappelijke waarde ervan niet kunnen waarderen. Het volgende schema maakt wel duidelijk hoe fundamenteel de verschillen tussen overheid, markt en gemeenschap zijn.

Om in deze context de commons sterker te maken is het zaak de energietransitie voor een deel in het beheer te brengen van de burgers, zodat zij samen kunnen beslissen over welke projecten gestimuleerd worden, hoeveel geld beschikbaar wordt gesteld uit een zogenaamd commonsfonds.

Circulaire governance
Een methode om de gemeenschapskracht te versterken is de introductie van “circulaire governance”. Circulair in de zin van de circulaire economie: daarin worden de waardencirkels tussen economische actoren korter en lokaal gemaakt.
Ieder gemeenschapsinitiatief is zoveel mogelijk autonoom. De autonomie veronderstelt dat de uitvoering ervan plaatsvindt met zo min mogelijk interventies van andere partijen in de sfeer van de overheid of de markt. Het initiatief kan zich zelf financieren, kan zelf haar benodigde kennis verzamelen, etc. Waar het de overheid nog nodig heeft, wordt dat zo lokaal mogelijk – met korte waardencirkels – ingericht. De autonomie versterkt de circulaire eenheid: beslissen, betalen en genieten liggen in één hand. Deelnemers in het gemeenschapsinitiatief ervaren hun volledige onverstoorde autonomie die ook een verantwoordelijkheid doet voelen om het met elkaar eens te worden.
Op het gebied van duurzame energie zien we een mogelijkheid tot circulaire governance te komen; bij de al eerder aangehaalde Opslag Duurzame Energie. Laten we onze verbeelding spreken. Elke Nederlander betaalt deze opslag in de eigen energienota. Om een idee te geven van de omvang: In Amsterdam betalen alle inwoners samen € 50 mln per jaar. De bedrijven en instellingen betalen samen nog zo’n € 50 mln euro per jaar. Dat geld vliegt de stad uit. Via allerlei schijven komt het in het landelijke subsidieloket van Raad voor Ondernemend Nederland.

Ophalen objectief – uitdelen subjectief
De cirkel van de financiering van duurzame energieprojecten kan worden ingekort door de geldstroom lokaal te houden en niet meer af te dragen aan de rijksoverheid.
We beginnen bij de inning. Iedereen blijft via de eigen energierekening verplicht af te dragen. Deze inning is gebaseerd op een objectieve norm en de incasso ervan loopt mee in de standaard procedure via de netbeheerders die elke maand toch al een rekening sturen aan elke inwoner. Daarmee is de bijdrage gewaarborgd en generiek en objectief.
Overigens is voor iemand met een uitkering of minimumloon het aandeel relatief groter dan iemand die veel meer te besteden heeft. Bovendien zijn de mensen met een laag inkomen vaak niet in staat hun woning te verduurzamen omdat zij huren van een woningcorporatie, zij zullen dus geen beroep doen op de subsidiemiddelen die ze mede zelf opbrengen. En staffel is veel eerlijker. Maar in de kern gaar het er om dat de bijdrage op basis van een objectieve norm geïnd wordt.
De inning gaat niet naar de rijksoverheid maar wordt gestort in een commonsfonds bestuurd door de mensen die het fonds voeden; de inwoners van de gemeente.
De uitkering uit het lokale commonsfonds is, anders dan de inning, niet objectief maar subjectief. Per subsidieaanvraag moet bekeken worden of het initiatief wordt geapprecieerd. Thema’s die in de commons relevant zijn, worden dan gewogen: CO2 besparingsvolume, het aantal mensen dat geëngageerd is, de mate waarin de winst verdeeld wordt, het eigenaarschap van bewoners te geregeld, de wijze waarom met energiearmoede wordt omgegaan. Dit zijn criteria de inwoners als ‘eigenaren’ van het fonds zelf bepalen en wegen. Uiteraard is het zaak dat de gemeenschappen zich bekwamen hoe zij dit proces inrichten op basis van waarden als open, transparant, inclusief etc. Hier voor zijn inmiddels in Nederland geweldige voorbeelden hoe dergelijke waarden radicaal worden behartigd. Ik denk aan Veerhuis Varik en ook aan 02025 in de hoofdstad van ons land.
In dit blog concentreer ik me op het circulair maken van de energietransitie doormiddel van het decentraal houden van de ODE gelden. Daarnaast kunnen ook op andere wijze de cirkel worden verkort: door de energieproductie en consumptie te poolen. Daar door wordt onnodig transport voorkomen dat de netwerkkosten verlaagt en door uitmiddeling mitigeren de hoge en lage kosten van energie in piek en dal momenten (van gebruik en opwek). Ook dat heeft een kostenbeperkend effect dat de commons ten goede komt.

Besluitvorming
De vorming van een commonsfonds voor duurzame energie vergt ook aandacht op het terrein van besluitvorming: Wie nemen de besluiten over de toekenning? Welke plek nemen de experts is? Hoe nemen de inwoners besluiten en hoe gaan ze om met minderheidsbelangen? Hoe zien zij toe op de publieke belangen dat zij bij toekenning van gelden ook werkelijk worden behartigt door de aanvrager? Hoe kan de scope van hun taakopvatting zo worden ingericht dat zij die minderheidsbelangen ook kunnen en zullen behartigen.
In wezen gaan deze vragen over de kwestie hoe een regelkring kan worden ingericht waar probleem veroorzakers en probleem hebbers met elkaar ‘gedwongen’ zijn om hun belangen tot een (collectief) optimum te brengen. Een eenvoudig voorbeeld van een regelkring is een regelvrij verkeersplein.[1] Als de beslissers en de betalers en de genieters dicht bij elkaar zijn dan treedt dit heilzame effect op.
Als de inwoners deze besluiten samen nemen, welke overheadkosten nemen zij dan weg uit de overheidskolom die nu het geld bij hen ophaalt en herverdeelt en hoe besteden zij de middelen en kunnen zij de tarieven van marktpartijen matigen en overheidsbureaucratie vermijden. In die zin mogen we verwachten dat de outcome van het fonds hoger zal zijn dan als het met de benodigde bureaucratie verdeeld wordt over een paar extra overheidslagen.
De besluitvorming zal zich in de context van een gemeenschap anders gedragen. Er bestaat een risico dat bepaalde groepen worden uitgesloten. Hiervoor kunnen maatregelen genomen worden die de besluitvorming inclusief maakt, denk aan methoden als sociocratie.

Leren in de commons
Er zijn natuurlijk ook projecten die stranden. Zeker in de energietransitie waar nog veel moet worden uitgeprobeerd. Juist door de toekenning van de projecten lokaal te houden is het ook mogelijk om nabij van elkaar te leren. De initiatiefnemers in de commons zijn niet uit op concurrentie en willen niet de anderen te vlug af zijn. In plaats van aftroeven en winst maken staan de indieners open voor kennisdelen en elkaar helpen. Project kwesties, terugslagen, zijn waardevolle bronnen voor andere opvolgende initiatiefnemers.

Analogie
Toen het kabinet Biesheuvel een ‘extra heffing’ ging vragen voor de bouw van de snelle kweekreactor Kalkar heeft de milieubeweging besloten dit bedrag niet te betalen. [2] Dat was een succesvolle actie.
Het kabinet Lubbers faciliteerde het protest door een aparte rekening aan te bieden waarop de protestanten hun ‘Kalkar’-bijdrage konden storten. Op deze manier werd wel het milieudoel gesteund door de burger maar niet het middel, een oplossing die andere ernstige milieueffecten zou hebben.
Uitgaande van deze analogie roep ik iedereen kom die meer vaart wil maken van een vitale commons in de energie zijn eigen Opslag Duurzame Energie in te houden en deze in een op te richten commonsfonds te storten die lokale initiatiefnemers ondersteunt hun project te realiseren.
Dan wordt energie weer een onderdeel van de commons, Onze Energie.

Jeroen den Uyl
Eigenaar van Schatmakers en vuurgever van Oranje Energie, de spilorganisatie van de Amsterdamse burgerbeweging 02025

1) In ‘Powerswitch, naar een vitale samenleving’ wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de regelkring als bruggenhoofd voor een collectieve zelfsturing die stabiel en duurzaam is.

2 ) Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kalkarheffing

Revolutie met recht

Schatmakers jagen maatschappelijk ondernemerschap aan. Dankzij maatschappelijk ondernemerschap ontstaat een effectieve samenwerking tussen overheid markt en gemeenschap.

Revolutie met recht

Door Jeroen den Uyl  25 februari 2021

In mijn praktijk van Schatmakers zoek ik altijd hefbomen die doorbraken veroorzaken. Doorbraken die de kanteling van het systeem ten gunste van urgente maatschappelijke vraagstukken versnellen. Een hefboom is het recht. Het recht kan gebruikt worden om de maatschappij te veranderen, ook als de overheid of de markt dat zelf niet wil.

In deze blog lees je er meer over naar aanleiding van het boek van Roger Cox, Revolutie met recht.
Roger Cox is de jurist die de klimaatzaak deed en de Nederlandse overheid tot maatregelen dwong die de overheid zelf niet wilde of klaarblijkelijk niet kon nemen. Hoe bijzonder is het als je met het recht politiek kan bedrijven? Hoe hij dat doet, beschrijft hij in zijn boek Revolutie met recht. Ik kom daar straks nog even op terug.

afbeelding boek revolutie met recht
Democratie voorop? Lang heb ik als rechtgeaard staatsrecht-jurist het recht gezien als een correctie van de overheid die primair tot doel heeft de wetten vast te stellen en uit te voeren. Voor de overheid geldt het primaat van de politiek. We willen in Nederland niet dat de rechter op de stoel van de bestuurder gaat zitten. Want een rechter kan je niet kiezen of wegsturen. Dan zou de politiek overbodig worden en dan doen we de democratie tekort.

Rechter in de marge. In de jaren negentig bracht ik vanuit die overtuiging in de PvdA een groep bestuurders bijeen, die zich zorgen maakten over het fenomeen dat de rechter op allerlei dossiers inhoudelijke afwegingen maakte of leek te maken. Op terreinen waarvan we normaliter de democratisch gelegitimeerde bestuurder hadden verwacht dat deze bevoegd is. Dat leek ons een slechte zaak, een bestuurder heeft beslissingsruimte nodig om te besturen. We waren er van overtuigd dat de rechter de bestuurder de ruimte moet geven om de wetten uit te voeren en deze niet inhoudelijk voor de voeten te lopen. De rechter toetst marginaal op inhoud op basis van de gevolgde beginselen van behoorlijk bestuur. Dat mag echt niet meer dan marginaal zijn, dat was ons doel.

Wetgever dringt rechter terug. De wetgever is mede gestuurd vanuit de politieke arena in de loop van de jaren de interpretatieruimte van de rechter gaan inkrimpen. Een voorbeeld: in de milieuwetgeving werd het begrip ‘belanghebbende’ ingesnoerd, zodat je niet meer bij wijze van spreken vanuit Appingedam een bezwaar kan maken over een bouwwerk in Middelburg. In de toeslagenaffaire hebben we gezien dat de afdeling Rechtspraak van de Raad van State naar het oordeel van de onderzoekscommissie te gouvernementeel is geworden en te volgend en te weinig de zijde van de burger koos. Dat is ook tot deze rechters doorgedrongen; zij zijn gestart met zelfreflectie en zelfcorrectie.

Klimaatzaak. In de tussentijd werd een rechtszaak gestart tegen de rijksoverheid omdat de overheid haar eigen afspraken en beleid niet uitvoert en de geldende doctrines over wat de taak van de overheid is, overtreedt. In deze rechtszaak werd met succes aangevoerd dat de overheid haar eigen milieubeleid en hetgeen daarover vanuit de algemene rechtsbeginselen gezien kan worden als haar taak, niet uitvoert. De overheid doet zelf te weinig, in ieder geval niet wat ze zelf beloofd, én zij vertelt de burgers niet wat de dreiging van de klimaatverandering is en neemt geen of onvoldoende voorzorgsmaatregelen.

Via de rechter beleidshandhaving eisen. Het is zonde als het zover moet komen, omdat we allemaal graag willen dat de overheid gewoon doet wat nodig is. Maar als dat niet gebeurt, dan is via de rechter afdwingen van de uitvoering van beleid een optie. Dat is zelfs aangewezen als de wetgever en regering niet uitvoeren wat zij vanuit de wet en recht moeten doen. Omdat we in een rechtsstaat leven, is het optreden van de rechter in zo’n geval verre van ondermijnend, maar juist versterkend. De rechter versterkt de reguliere, democratisch gekozen wetgever (parlement en regering te samen) door hen – in het geval dat de regering en parlement dat in de praktijk toch niet wil of durft te doen – met steun van de rechterlijke uitspraak tot uitvoering aan te zetten. De geloofwaardigheid en rechtmatigheid van handelen van parlement en regering lopen dan weer in de pas.

Keer om en laat de rechter werken. Dus, ik ben om. Ik kan deze draai maken omdat de rechter op basis van haar plek in de rechtsstaat niets meer doet dan de wetgever en bestuurder aan de algemeen geldende rechtsprincipes houden. Rechtsprincipes die altijd en overal voor iedere entiteit in de rechtsstaat gelden. Rechtsprincipes waar ook de rechter zelf aan is onderworpen. De invloed en de taak van de rechter neemt toe als de overheid haar beleid complex heeft gemaakt. Als de overheid zich verslikt in alle inhoudelijke details, en als de over elkaar buitelende regelingen onontwarbaar zijn, dan leidt dat tot inertie. In het politieke compromissen-landschap van wisselende coalities met verschillende politieke samenstellingen is dat gevaar nog groter. Daarbij speelt ook dat de Europese Unie milieumaatregelen afdwingt waar de Nederlandse coalitieregeringen niet altijd achter kunnen staan. Dat allemaal bevordert geen gezwinde uitvoering van het geldend recht. Als dan het democratisch gekozen parlement geen greep meer heeft op het bestuur, dan is het de beurt aan de rechter.

De hefboom van Cox. Het betoog van Roger Cox is erg simpel en daarmee zo sterk dat het in verschillende toekomstige rechtszaken gebruikt kan gaan worden. De centrale regel is dat iedereen die gevaar ziet in een domein waar hij of zij het beheer over voert, de verantwoordelijkheid heeft om anderen die er mogelijk schade door ondervinden te waarschuwen over dat gevaar en ook maatregelen moet nemen om dat gevaar af te wenden. Dit noemen we goed huisvaderschap. Elke actor in de maatschappij, de burger, bedrijven, overheden en al hun organen zijn ‘onderdanig’ aan dit beginsel. De rechter mag dit huisvaderschap beoordelen. En de rechter is zelf ook onderwerp van dit principe, zij mag haar eigen taken anders interpreteren als daarmee het huisvaderschap van de rechter meer gediend is.

De rechter als hefboom voor doorbraken en transities. Juist in situatie waar het beleid complex is en leidt tot een inertie is de revolutie met recht een optie. Denk aan de voortslepende stapeling van onderzoek naar schade als gevolg van aardgaswinning of aan de gestokte uitvoering van de opname van vluchtelingen uit Moira. Hele duidelijke, pijnlijke inertie van een overheid die geen goed huisvader is.
Het is een hoopvol idee, er staan ons rechtsbeginselen sinds jaar en dag tot onze beschikking die een Revolutie kunnen ontketenen. Ze worden nu dus gebruikt door spitsvondige juristen. Daarmee kunnen relevante maatschappelijke transities en doorbraken gerealiseerd worden. Laten we het recht gebruiken waar het voor is!

Is covid 19 jouw baanbreker

Schatmakers jagen maatschappelijk ondernemerschap aan. Dankzij maatschappelijk ondernemerschap ontstaat een effectieve samenwerking tussen overheid markt en gemeenschap.

Is Covid-19 jouw baanbreker?

Door Jeroen den Uyl 29 september 2020

Ik ontmoet veel mensen die een ander beroep aan het zoeken zijn. Ook mensen die een ander deel van hun baan herwaarderen. De meesten hebben enerzijds een gevoel van verlies, maar ook hoop dat zij een nieuwe invulling gaan vinden.

Zo kwam ik Michel tegen, een geluid- en lichttechnicus die in de horeca en leisure werkte. Hij houdt van soundscapes en verlichting omdat het sfeer verhoogt. Covid-19 zal nog jaren impact hebben op zijn branche. Dus studeert hij nu elektrotechniek en loopt hij mee met een SMART-HOME specialist. Want in toenemende mate kunnen mensen in hun eigen huis sfeer maken met licht en geluid. Michel wil en kan daar zijn passie in kwijt, zo pakt Michel zijn carrière switch op.

Of Nicole, zij is ex-directeur van een grote zorginstelling. Zij raakte haar baan kwijt vlak voor de lock down. En die gaf haar in het begin weldadige rust. Ze had hard gewerkt in de tijd ervoor. Maar het werd snel onrustig. Wat wil Nicole nu echt. Nu Covid19 als een kanarie in de kolenmijn aangeeft dat er veel gaat veranderen, wat is dan wijs te doen? Kan ze luisteren naar wat haar roept en daar meer aandacht aan geven.

En dan Erica. Zij geeft zorg aan dementerende ouderen als PGB-er en geeft ook Biodanza voor ouderen. Zij gelooft in haar toegevoegde waarde juist voor deze doelgroep, maar Covid-19 legt een klamme deken over haar werk. Hoe gaat zij om met haar gevoel van verlies, iets wat haar tot nu toe heeft lamgelegd? Wat zijn de ingrediënten van haar passie die nog wel kunnen of met een andere twist? Dat inzicht geeft haar weer flow en moed om de draad op te pakken.

En jij? Herken je dit bij jezelf? Of ken jij mensen in je omgeving waar Covid-19 een baanbreker is? Deze drie verhalen staan voor de mensen die meedoen aan de eendaagse trainingen Corona en jij?. Met de training kan je een grote stap zetten naar een nieuwe invulling van je werk, dat je (professionele) identiteit weer versterkt.

Laten we de effecten van Covid-19 op professionals niet onderschatten. Met Corona en jij? leggen we een gezonde en duurzame basis voor een actieve mensen die leiding houden op hun eigen toekomst.

Wil je meer weten over Corona en jij? https://maatschappijenleiderschap.nl/aanbod/#Corona

Energietransitie vergt onderzoek in breed perspectief

Schatmakers jagen maatschappelijk ondernemerschap aan. Dankzij maatschappelijk ondernemerschap ontstaat een effectieve samenwerking tussen overheid markt en gemeenschap.

Energietransitie vergt onderzoek in breed perspectief

Door Jeroen den Uyl 31 augustus 2020

Maandag 24 augustus 2020 werd het rapport Woonlastenneutraal Koopwoningen Verduurzamen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Amsterdam School of Real Estate (ASRE) openbaar. Deze onderzoeksbureaus geven in dat rapport aan dat investeren in de verduurzaming van particuliere woningen nauwelijks renderend is te maken. Met name voor de kleinere huishoudens met een beperkte energielast. Het rapport verdient een weerwoord, want het deugt niet… zeker niet in de stad Amsterdam waar bestuurders en de gemeenschap met de Donut Economy alle thema’s van duurzaamheid willen raken.

Enge visie van onderzoeksbureaus
Op zich is het prima dat financiële prikkels die huiseigenaren ervaren om hun huis te verduurzamen in beeld worden gebracht. In het rapport zijn echter alleen de directe kosten en opbrengsten vergeleken. En in dát plaatje is een groot deel van de particuliere woningen niet rendabel. De vereniging Eigen Huis noemde dit in het NRC een realitycheck.
Het probleem is dat deze ‘werkelijkheid’ erg nauw en beperkt is. Zo nauw dat dit rapport eigenlijk meteen de prullenbak in kan, want het geeft geen werkelijk beeld van de waarden die de investeringen in vastgoed kunnen hebben.

Breed kijken is beter
Dat doet pijn, niet alleen ons, wij (meer dan 2000) Amsterdammers die werken aan 02025 (in 2025 zal Amsterdam volledig op schone energie draaien), want elk onterecht bezwaar dat ons doel belemmert willen wij in het licht zetten en omkeren. Maar het doet ook pijn voor Kate Raworth, de associated professor van de HvA en internationaal erkend specialist van de integrale economie. Ook zij zal met deze eenzijdige blik niet blij zijn. Zij leert ons immers dat we binnen sociale en fysieke bandbreedtes moeten blijven om een sociaal, economisch en fysiek leefbare planeet te houden. In haar boek Donut Economy stelt zij dat rekenschap moet worden gegeven aan de integraliteit van de interventies. Het één heeft invloed op het ander, ongelijksoortige zaken hangen toch samen. Raworth is niet alleen aan de HvA maar ook sterk aan de gemeente Amsterdam verbonden. Amsterdam wil de eerste Donut-proof stad zijn van de wereld. Ze treedt op als leading lady en als cricical friend voor deze opgave. De energietransitie die 02025 voorstaat, heeft een leidende rol in het Donut-proof maken van de stad.

Samenhang in de breedte
Als je breder kan kijken zie je de meerwaarde van investeringen in vastgoed in andere ‘kokers’ en dan blijkt dat er veel meer met elkaar samenhangt en dat de waarde op een complexer niveau in beeld gebracht kan worden. PBL en ASRE hebben dat nagelaten. Daarom geven wij graag een ander beeld.

De potentiële waarde zit in de breedte. Er is een immense energietransitie gaande en we meten alleen de directe investeringskosten en opbrengsten, terwijl in deze transitie veel andere waarden positief worden beïnvloed.
We noemen hier graag een reeks effecten en mogelijke opbrengsten die niet zijn meegenomen in het rapport. De effecten die kunnen worden bewerkstelligd vergen, overigens wel een goed beleid en juiste aansturing, anders missen we deze meerwaarde. Meerwaarde moet je verdienen.

a. Doorwerking in gedrag
Mensen die milieumaatregelen treffen in hun woning, doen dat waarschijnlijk ook eerder in ander gedrag. Denk aan elektrisch rijden, minder vliegen, geen vlees eten, minder fast fashion etc. mensen helpen in het ene vlak heeft een positief effect op andere vlakken.

b. Buurtbinding verhoogt sociale cohesie en vermindert onveiligheid en zorgkosten
Als mensen in hun huis investeren zullen ze hun huis ook langer bewonen. Daardoor is er meer context met de buurt. Dat verhoogt sociale cohesie en daarmee verlaagt het de onveiligheid en de formele zorgkosten.

c. Werk (mits we dat dan wel organiseren)
Als we het goed organiseren kunnen de investeringen ook opleidingen opleveren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of gering opleidingsniveau. En het kan werk opleveren voor mensen die anders werkloos waren. Dat levert een besparing op in sociale zekerheid en rendement op termijn (hogere belastinginkomsten door werkenden). Het heeft daarnaast een zorgkostenbesparend effect (hogere inkomens correleren met lagere zorgkosten). We zullen dan wel maatregelen moeten treffen om de opdrachtenstroom van particulieren zó te bundelen dat aannemers werklozen hier in kunnen betrekken en opleiden.

d. Minder schulden
Als we het goed regelen vergroot het te creëren inkomen uit energie de kans dat mensen schuldenvrij worden (je kan een pandrecht stichten op de energie-installaties (die waarschijnlijk door een tussenpersoon /-organisatie moeten worden gefinancierd en de gebruiker verpandt zijn afname aan deze organisatie (een energie service company).

e. Samenredzaamheid
Als we het goed organiseren kunnen we mensen verlokken om samen energie op te wekken en samen te werken in een coöperatie o.i.d. Dat geeft saamhorigheid, inkomenszekerheid dan wel diversificatie van inkomensbronnen en daarmee stabielere inkomens en last but not least een verhoogde burgerschapskwaliteit. Dat laatste is belangrijk om mensen te leren daadwerkelijk met elkaar samen te werken, investeringsbeslissingen en andere belangrijke besluiten te nemen en dat zij elkaar weten te vinden en verschillen van inzicht leren te overbruggen.

f. Mee oplossen van lerarentekort
Als je de mensen die hun eigen woning verduurzamen hun verhaal laat vertellen, is dat enthousiasmerend. Het boeit als mensen een idee of ideaal omzetten in een daad. In onze praktijk zien we dat kinderen hier heel vatbaar voor zijn. Zij willen meewerken aan de verduurzaming. In Amsterdam hebben we een Donutday georganiseerd om leerlingen in staat te stellen hun eigen energieomwenteling te organiseren. Dat doen we op dagen dat er lerarentekorten zijn. Zo zorgen we voor zingevende onderwijsdagen waar de particulieren die hun woning al Donut-proof maakten de leerlingen laten vonken.

Gemiste kans en een rebound
Deze brede waarden zien we niet terug in het PBL/ASRE-rapport. Het rapport bekijkt economische waarde alleen in de directe causaliteit. De opstellers begrijpen niet dat als je de omwenteling wil begrijpen, je de waarde ervan breder en integraler moet zien. Dan komen onderwijs, sociale zekerheid, zorg, sociale cohesie en integratie ook aan bod. Wij nemen afstand van het ‘koker’denken en lineaire meten zoals we dat in het rapport zien. Het rapport is daardoor verre van Donut-proof. Dat is een gemiste kans dat de energietransitie geen goed doet.
We omarmen Kate Raworth en haar Donut economy. We laten de oude zekerheiden los. Want die gaan ons niet veel verder brengen in het bewerkstelligen van de Donuteconomie. We roepen de overheid op om als ze werkelijk geïnteresseerd is in de waarde van investeringen in milieumaatregelen deze brede benadering van waarde in het onderzoek te betrekken. Laten we een rebound maken. Graag werken wij als beweging die Amsterdam in 2025 op schone energie wil brengen, daar aan mee. Wij brengen graag onze expertise in die de breedte en de meerwaarde van de energiebeweging laat zien.

Auteurs:
Jeroen den Uyl en Huibert Spoorenberg. Beiden zijn als proces- en inhoudelijke experts verbonden aan de beweging 02025 (Amsterdam op schone energie in 2025). Jeroen den Uyl is oprichter van Schatmakers en helpt partijen samen te werken tussen overheid, markt en gemeenschap en Huibert Spoorenberg helpt als zelfstandige architecten en particulieren met het maken van gezonde, comfortabele en energiezuinige woningen.

Corona als kans: vergemeenschappelijking van de zorg

Schatmakers jagen maatschappelijk ondernemerschap aan. Dankzij maatschappelijk ondernemerschap ontstaat een effectieve samenwerking tussen overheid markt en gemeenschap.

Corona als kans: vergemeenschappelijking van de zorg

Door Jeroen den Uyl 28 mei 2020

Ik werd getriggered. Ik loop er al een tijdje mee. Voor de doorbraak van het Corona-virus verscheen het rapport ‘De Aangekondigde Ondergang’ van de onderzoekscommissie die onderzoek deed naar het faillissement van de twee ziekenhuizen (Slotervaartziekenhuis en IJsselmeerziekenhuizen) in 2018. Het spreekt helder over een falend zorgstelsel waar de patiënt het nakijken heeft gehad.

Marktwerking in de zorg
Het faillissement van het Slotervaartziekenhuis en de IJsselmeerziekenhuizen maakte duidelijk dat het zorgstelsel heeft gefaald. Het centrale element is de marktwerking. Het is een vreemd idee dat ziekenhuizen worden beschouwd als bedrijven die vrijelijk in de markt kunnen opereren, kunnen fuseren of afstoten etc. De economische rationaliteit is de drijfveer terwijl het gaat over mensen die in een regio wonen met een behoefte aan zorg.

Burgers centraal stellen
Dat kan anders. Als we de burgers nu eens echt centraal stellen? En hun het vertrouwen geven dat zij hun zorg zelf kunnen aansturen? Als we burgers serieus zouden nemen, zouden we hun de keus kunnen laten als individu het huidige systeem te blijven te benutten, of hen over te laten springen naar een collectieve variant waar zij als inwoners van een gebied, gezamenlijk het beheer van de ziekenhuiszorg overnemen. Dat noem ik vergemeenschappelijken. In mijn boek “Powerswitch, afscheid van een dikke overheid en een dikke markt” ga ik hier uitgebreid op.

Burgers weten het veel beter dan we denken, als ze zich maar verantwoordelijk weten, dan komt de wijsheid meteen. Als je ze onmachtig en dociel subject ziet en behandelt, dan gaan zich daar naar gedragen. Nobelprijswinnaar Elinor Oström zei het al: beleidsmakers weten echt niet meer dan wat betrokken burgers al weten. Het idee dat kennis op één plek kan bestaan van waaruit beleid wordt geformuleerd, is achterhaald. Dus zet die burgers dan ook in hun kracht en maak ze verantwoordelijk.

Hoe zien die vergemeenschappelijkte ziekenhuizen eruit?
Basisziekenhuizen zoals Slotervaartziekenhuis en IJsselmeerziekenhuizen verzorgen in wezen een regionale zorgfunctie. Door te vergemeenschappelijken halen we de macht weg bij zorgverzekeraars en overheid. De inwoners financieren het ziekenhuis uit eigen zak (hun ziektekostenpremie is daar ruimschoots voldoende voor). Zijn zij qualitate qua lid van het coöperatieve ziekenhuis en daarmee gezaghebbend over het bestuur, het personeel, de kwaliteit etc. Het ziekenhuis verschaft de zorg, de inwoners zijn eigenaar en daarmee in staat invloed te hebben op het zorgaanbod.

De inwoners bepalen het serviceniveau en het kostenniveau. De meting van kwaliteit gebeurt door de inwoners zelf, al of niet uitbesteed aan een keuringsinstituut. En dus bepalen zij hoe dat dicht bij de patiënten staat. Ook informele zorg, mantelzorg, preventieve zorg, zullen door de inwoners in ogenschouw genomen. Het is onderdeel van hun ‘taak’ geworden. Immers ze hebben baat bij lagere kosten. Gezond verstand krijgt meer ruimte. Waar ze bestaande zorg als maatstaf nemen zijn ze daar natuurlijk vrij in.

Deze omkering stelt inwoners van een gebied als Lelystad en omstreken in staat volledig hun eigen zorg samen te bepalen. Zie hieronder het kaartje van het zogenaamde adherentie-gebied van Lelystad.

kaart van zogenaamde adherentie-gebied van Lelystad
Het zogenaamde adherentie-gebied van Lelystad

Onderlinge verzekering
In wezen is de omkering niets anders dan een onderlinge verzekering. De kosten en risico’s van ziekte van elk individu wordt over de mede-inwoners omgeslagen.

Zorgverzekeraars keren terug naar hun ontstaan
Vergemeenschappelijking van de zorg betekent het einde van de huidige zorgverzekeraars. Ooit waren zij zelf een product van zelforganisatie, van onderlinge verzekeringen. Meestal zijn ze zelf het resultaat van een fusie van talloze kleine lokale verzekeraars. Daar zullen ze weer naar terugkeren. Het medisch personeel zal ook een andere inbedding krijgen, terug naar de bedoeling: minder externe verantwoording, uren declareren, bonnetjes bewaren en onnodige passie-bedervende activiteiten. En in plaats daarvan krijgen zij meer direct contact met de klant, de klant die in wezen behalve klant ook eigenaar is. Een betrokken klant zo te zeggen. Dat verandert de zorg-relatie in een meer horizontale relatie.

Morgen starten (in Winterswijk?)
Dit kan morgen starten. Met een paar heldere randvoorwaarden kunnen we inwoners verlokken over te stappen en eigenaarschap te nemen van hun eigen zorg. Zoals ze dat nu al doen voor buurtzorg en ouderenzorg. Uiteraard vraagt dit politiek leiderschap. De Corona-crisis laat zien dat heilige huisjes makkelijk aangetast kunnen worden. En dat is nodig. Want vergemeenschappelijking tast de macht van zorgverzekeraars en vastgoedbezitter en zorgondernemers aan. Voor politieke leiders die de participatiesamenleving hoog hebben is dit een concrete mogelijkheid daar uitvoering aan te geven.

In een vergemeenschappelijkte ziekenhuiszorg voeren inwoners met elkaar het gesprek over wat goede ziekenhuiszorg is. Weg van de markt en weg van de overheid en op weg naar een vitale samenleving waar mensen hun belang in de zorg samen oplossen.

In Winterswijk dreigt het ziekenhuis verschraald te worden. Daar kan inderdaad op korte termijn gestart worden. Met een goed draagvlak van de locatie gemeente gaat dat vast lukken!

Betrokken inwoners, meer draagvlak voor Corona-maatregelen
En ja wat verandert dit aan de huidige Corona-crisis? Als inwoners zich meer beseffen dat hun eigen ziekenhuis ruimte moet maken voor de Corona-zieken, dan is het draagvlak om je aan de regels te houden groter, om te voorkomen dat het zover komt. Dan is het begrip groter dat er prioriteiten worden gesteld en dat daar ieder persoonlijke gedrag en betrokkenheid voor nodig is. Dan wordt de waardering voor de zorgverleners nog groter. Betrokken inwoners verhogen de kwaliteit en waardering voor de zorg.

Jeroen den Uyl – 28 mei 2020