Omslag van het pad
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Schatmakers stimuleren maatschappelijk ondernemerschap. Dankzij maatschappelijk ondernemerschap ontstaat een effectieve samenwerking tussen overheid markt en gemeenschap.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Door Jeroen den Uyl 27 november 2022
Soms is het een droom die ik en de ander hebben. Een droom die ons verbindt. Dat is er sprake van een vrijwillige binding is tussen verschillende mensen die op gelijkwaardige basis samenwerken aan een droom. Als de samenwerking niet goed loopt, fungeert de droom als een autoriteit waar de ander en ik een beroep op kunnen doen. Ten opzichte van de droom zijn wij gelijkwaardig.
Niemand is de baas
Maar die gelijkwaardigheid is er niet vanzelf. Sterker nog als je samenwerkt aan een droom met systeempartijen zoals overheidsbureaucratiën, grote bedrijven, instellingen etc is het ongelofelijk lastig om die gelijkwaardigheid te realiseren. Dergelijk grote organisaties kunnen zich niet zo goed verbinden aan een droom. Dat is precair voor hen, misschien wel omdat een droom vaak ook een persoonlijk appel doet en organisaties een verzameling personen zijn.
Wie heeft het in die organisaties voor het zeggen? Binnen elke organisatie zijn verschillende mensen in verschillende functies en de een neemt niet zomaar aan wat de ander zegt. En dan als je de mensen in een organisatie op één lijn hebt, is er wel een ander gremium dat toezicht houdt, dat er weer wat anders van vindt.
Ambtenaren bijvoorbeeld willen zich wel committeren aan een droom, maar als de politiek toch bij nader inzien iets anders wil, dan kunnen er bezwaren ontstaan. Dat maakt ze schuchter om zich te bekennen tot een droom. Het maakt ook dat ze om concrete doelen vragen zodat die in de beleidsprogramma’s kunnen worden opgenomen.
Of er zijn regels die als obstakel worden gezien, denk aan het aanbestedingsrecht. Regels die vooraf vaak al geïnterpreteerd worden als obstakel, terwijl die in de praktijk nog best te buigen zijn.
Ook in de status en cultuur kan ongelijkwaardigheid zichtbaar worden. Als mensen vinden dat zij meer te zeggen hebben dan anderen. Heeft een huurder van een woningcorporatie meer in de melk te brokkelen dan het bestuur van een vereniging van eigenaren of juist minder? En hoe staat die persoon tegenover een groot adviesbureau dat voor veel geld is ingehuurd? Hoe gelijkwaardig zijn deze mensen en welke eigenbelangen laten zij gelden die de droom belemmeren?
Verschillende waarden
De ongelijkwaardigheid wordt gevoed en in standgehouden voor de grote verschillen tussen de logica en de waarden van de systeemwereld aan de ene en de leefwereld aan de andere kant. Ook de bureaupolitiek in en tussen grote organisaties in het systeem vergroten de ongelijke waardering van de verschillende belangen die met de droom gemoeid zijn. De verschillen tussen de Ambtenarij en het politiek bestuur verhoogt de complexiteit, en dat maakt het nog moeilijker om het systeem te committeren op de droom.
Het ontbreken van gelijkwaardigheid van alle partijen is een van grote belemmeringen om een droom te laten vliegen en partijen zover te krijgen dat ze er echt samen voor gaan.
Het doel als bindmiddel
Er is een interessante praktijk die deze belemmeringen op een prettige manier omzeilt. De kern is dat de partijen rond een maatschappelijk thema uitgedaagd worden om zich niet met posities en belangen te verhouden maar de inhoud van het thema te omarmen.
De sleutelzin is: het doel is de baas [1]
Of je nou tien keer meer verdient dan de inwoners, dat is geen garantie dat je het voor het zeggen hebt, want het doel is de baas. De zin ontzenuwt impliciete aannames dat er hiërarchie is tussen de deelnemers. Als je het doel omarmt, moet je niet zeuren over jouw plek in het geheel. Je mag aangesproken worden op jouw bijdrage aan het doel.
Als je het doel omarmt, ben je open en ontvankelijk voor alle geluiden die gehoord willen worden om het doel nader bij te brengen. Dus kan je ook met meer gemak kritiek ontvangen. Je kan de waarde van de kritiek bepalen: brengt dat het doel dichterbij? Zo ja dan is de kritiek terecht en pas ik me daarop aan.
De kracht van het doel is dat het mensen samenbrengt en ook naar elkaar laat luisteren. Het doel als baas, als autoriteit, is een krachtig bindmiddel. De Vlaamse filosoof Paul Verhaeghe wijst op het belang van het delen van een gedeeld ideaal; een droom, een ideologie. Het maakt dat je kritiek kunt ontvangen van een ander, omdat jij net als de ander, wil handelen in lijn met de droom.
Je kunt de zin ‘het doel is de baas’ misschien goed plaatsen in een noodsituatie, bijvoorbeeld als de dijken dreigen door te breken. Het is dan ook niet vreemd dat ik het beroep op het doel als bindmiddel hoorde in de bottom up energietransitie. Waar bewoners van onderop een hoog doel formuleren, dagen zij de systeempartijen uit om het directe eigen (organisatie)belang te relativeren en zich te bekennen of zij ook werkelijk het hoge doel omarmen.
Kaf van het koren
De sleutelzin is dus ook een soort keurmerk voor oprecht commitment. Als je niet bereid bent het doel de baas te laten zijn, dan heb je blijkbaar nog andere belangen die voorgaan.
De sleutelzin kan dus ook gebruikt worden om ja-zeggers van nee-doeners te onderscheiden. Het kaf van het koren.
Met de sleutelzin blijven de gecommitteerde ja-zeggers en ja-doeners over. Met hen verspil je geen energie aan de meestribbelaars [2]. Met de wil en energie van de groep die overblijft kan je aan de slag om het hoge doel naderbij te brengen.
Het doel als verbinding van verschillende mensen, een verbroederend doel dat de gelijkwaardigheid tussen ongelijken vergroot.
Doel of bron
Ik schets hier het doel als bindende kracht. In een gesprek met Damaris Matthijsen ontving ik van haar een aardige nuance. Ik zie haar als een visionair op de commons. Damaris Matthijsen is oprichter van Economy Transformers en auteur van het voortreffelijke boek: Vrij, gelijk en samen [3]. Damaris wees me erop dat het begrip doel nog wel wat modernistisch is, alsof wij als mensen samen dat doel wel even schaffen en dat is in dit tijdperk van verandering inmiddels wel een vraag natuurlijk.
Als alternatief droeg zij de bron aan. De bron is de baas. Ik geef haar gelijk, onze bron, de aarde, onze spirit, of wat dan ook, is ook waar we gelijk in zijn. Waar we allen, of we dat nu willen erkennen of niet, vandaan komen.
Ook Siets Bakker helpt me verder in het kantelen van het begrip doel. Met haar vermogen om met rake vragen te formuleren weet ze de onderstroom van het doel aan te raken. Ik weet zeker dat daar ook de bron te vinden is. Check maar haar nieuwe Advents-actie.
Dus lees in dit verhaal voor doel ook gerust bron. Het verhaal wordt er nog sterker van!
Door Jeroen den Uyl 1 november 2022
De Bieten-brug
Wat kan één persoon nou doen? Als je al die grote crises beziet. De laatste jaren verschijnen de zeven plagen, maar ik tel er veel meer dan die zeven. Er is echt wat aan de hand. Maar wat kan ik doen? Wie ben ik in dat grootse geweld. Wat kan daar mijn impact nou zijn?
Deze vragen heb ik regelmatig. Mijn betrokkenheid bij het leed in de wereld is groot. Ik ben er gevoelig voor en daarom heb ik behoefte aan een geruststellende gedachte, een frame, waarmee ik deze vragen kan laten rusten. Als ik dat niet doe, geraak ik in een depressie. Dan komen gedachten op dat ik toch niets meer kan doen en dat alles sowieso naar de ratsmodee gaat. Soms, als ik met mijn vriendin over de situatie in de wereld spreek, zeggen we: “We gaan toch allemaal de bietenbrug op” (Dan pakt iets verkeerd uit of loopt verkeerd af).
Als ik naar mijzelf kijk dan zie ik twee ingangen voor reflectie die me helpen met deze donkere tijd te zijn.
Het toe-eigenen van mijn gaten
In eerste instantie mag ik mij de vraag stellen waarom ik zoveel betrokkenheid voel en waarom ik mijzelf een taak toebedeel om die crises op te lossen? In de zienswijze van A. H. Almaas kan de zogenaamde gaten-theorie een verhelderend licht schijnen. Almaas’ theorie wijst op het tekort dat ieder van ons in zijn vroege jeugd ervaren heeft. Een moment dat je vader iets naars doet, een stem verheft of met een deur slaat, of dat je moeder wegloopt. Er ontstaat een dreiging vanuit het perspectief van het kind. Een primaire behoefte van een baby of kind wordt niet gehonoreerd. Een gat van onvervulde behoefte, een gevoeld tekort, is een hardnekkig fenomeen dat je je hele leven meedraagt. Een gat wordt, bewust maar meestal onbewust, afgedekt met ander gedrag. Dat gedrag, dat allerlei vormen kan krijgen, moet dat tekort compenseren. Twee soorten gedragingen staan ons ter beschikking en we gebruiken ze beiden en vaak ook in combinatie: door of aan te haken (liefde en troost af te dwingen) of af te haken (jezelf ongevoelig maken, het alleen doen).
In relaties tussen partners, in werkrelaties, en andere situaties brengen we deze tactieken in. Om geen tekort te voelen halen we bij de ander (vaak heel onbewust) vervulling, zodat we ons eigen gat niet hoeven te voelen.
De weg om hier uit te komen en met je ‘gat’ te zijn, is er bewust van te worden en het verlangen om dat gat te vullen, niet uit te leven, maar toe te eigenen. Dat doe je door eerst erkenning te geven aan het verlangen an sich.
De volgende stap is het uitspreken er van: ik verlang ernaar dat jij… (bijvoorbeeld: er altijd voor mij bent ook als ik narrig doe).
En dan volgt als laatste stap dat je aan die zin toevoegt: ‘of je dat nou doet of niet, dat is mijn verlangen’. Je knipt daarmee het verlangen los van het gewenste gedrag van de ander. Je houdt het verlangen bij je zelf en je bent er gewoon mee.
Die laatste stap, de toe-eigening geeft de verlichting. Je voelt als het ware dat je hart lucht krijgt en lichter wordt. Je komt in een rustige positie, ook wel de grond van aanwezigheid.
Branden in de leegte
Overigens als je jouw verlangen onderkent en niet via een ander persoon of hulpmiddel vervult, dan is de leegte een harde omgeving. Steeds knaagt – meestal onbewust maar door de toe-eigening ben je er ook meer bewust van- de behoefte in jou om het gat toch te gaan vullen. Het bewustzijn dat je gaten vulde, maakt je dus niet meteen vrij van de autonome behoefte die zich zo lang in jou nestelde. Om daar echt vrij van te worden moet je als het ware branden in deze leegte. De leegte die niet gevuld wordt, waar jij met jouw leegte in vertoeven kan. Door het te doen vermindert de pijn en schrik die je er voor hebt. Het wordt als het ware een nieuw normaal. En dan kan dit branden je uiteindelijk groot genot verschaffen zonder dat je jouw leegte vult. Wel oppassen dat je niet van dit branden weer een dingetje maakt en daar in gaat zwelgen. Dat zou het hele leerproces teniet doen. Dan heb je van jouw leegte een nieuw bastion gebouwd voor jouw ego, dat een nieuwe status heeft gevonden.
De grond van aanwezigheid
Als dat branden in de leegte je niet aanstaat dan kan je het volgende proberen. Een tweede weg om het doemdenken te vermijden, is om mijn bewustzijn terug te leiden naar waar ik in het nu ben. Mijn boeddhistische leraar reikte mij hier het concept van de grond van aanwezigheid aan.
In het nu kan ik toegang vinden in de grond van aanwezigheid. Het is een alomvattend concept van aanwezigheid. In het nu, in alle situaties, waar ik me ook bevind. De grond van aanwezigheid is tijdloos, doordringt en overspant alle ruimte, waar ik zit en waar ik loop, in het universum en in elke cel van lichaam. Met behulp van dit concept kan ik me verbonden weten met de crises en het leed dat ik ervaar zonder dat ik me er in verlies. De grond van aanwezigheid is als de liefde, die ook alles overwint en doordringt. Het is een anker van rust en waarheid, van acceptatie en overgave.
In de grond van aanwezigheid kan ik waarnemen wat ik ben, waar ik mee verbonden ben. Ik kan het waarnemen en ik kan de aanwezigheid, de toestand van aanwezigheid voelen. De grond van aanwezigheid biedt de context om deze gemoedstoestand te bereiken.
In het begin was het soms niet goed waarneembaar en voelbaar. Het is ook een abstract concept. Ik werd nog meer wakker en open voor dit concept toen mijn leraar de vergelijking van de druppel en de oceaan aanreikte. De druppel valt in de oceaan. Dan bevat de oceaan de druppel. Maar de oceaan is ook in de druppel. Ik ben de grond van aanwezigheid zelf, net als al het andere om mij heen. Ik ben de druppel én de oceaan.
Door Jeroen den Uyl 5 oktober 2022
Wat zijn nou echte levenslessen? Wanneer daalt een levensles echt bij je in? Ik ben me steeds meer bewust geworden van het idee dat je niets leert als de tijd niet rijp is.
Ik was als beginnend dertiger volop bezig carrière te maken toen plotseling mijn vader overleed als gevolg van een auto-ongeluk. Het was 26 maart 1993. Van de ene dag op de andere was mijn vader weg. Een vitale man van net 70 jaar oud. Dat zette me wel aan het denken. Als je zo snel uit het leven kan worden gegrepen, wat doe ik dan nu en is dat wel zinvol? Ik had een voltijdsbaan bij een ministerie. Was dat voldoende, doe ik wel de goede dingen? Toevallig kreeg mijn toenmalige partner in deze periode een burn out. Zij stelde zich dergelijke vragen ook.
In dat proces besloot ik ruimte te maken voor iets anders dan alleen werken. Ik ging vier dagen per week werken. Ik had de vrijdag vrij. Ik zou gaan genieten van het leven en in het nu zijn. Maar dat viel vies tegen. In de praktijk verlummelde ik die vrijdag en de vrije tijd verdween in lamlendigheid en luchtledigheid.
Ik had politieke aspiraties in die jaren en stelde me verkiesbaar in de gemeente. Ik werd gekozen en werd fractievoorzitter. Mijn vrije dag ging op in de politiek en de avonden ook uiteraard… Na een jaar van leegte werd mijn werkzame leven nog voller dan vóór het overlijden van mijn vader.
Mijn inzicht om meer in het nu te leven verdampte en ik had geen enkele last van wroeging. Ik deed wat mijn passie was!
Was het inzicht dan helemaal waardeloos? Ik denk dat mijn inzicht niet diep genoeg ingedaald was. Ik was er onvoldoende klaar voor. Pas dertig jaar later toen mijn eigen lijf haperingen ging vertonen werd het me duidelijk dat ik een ander werktempo moest gaan aanhouden. Ik had na het overlijden van mijn vader een besluit genomen met mijn hoofd, maar mijn hart en lijf deed nog niet mee. Pas later werd het de juiste tijd, de Kairos, het moment dat zich aandient als het zover is.
Door Jeroen den Uyl 29 augustus 2022
Ik ben al lang bezig met het stellen van (hoge) doelen. Doelen die iets losmaken dat groter is dan jezelf, wat jij waarschijnlijk niet zelf zal gaan meemaken. Ik las De goede voorouder, een boeiend boek van Roman Krznaric. Hij gaf me meer inzicht in het stellen van hoge doelen en dat deel ik hier graag.
Een doel stellen is essentieel in ons leven. Het Griekse woord voor doel is Telos. Aristoteles dacht dat iedereen ‘zichzelf een of ander doel moet stellen waar het goede leven zich op kan richten. Want het is een teken van grote dwaasheid om je leven niet te richten op een einddoel’. Viktor Frankl, Auschwitz overlevende en psychotherapeut, ziet het doel als volgt: ‘We geven zin aan ons leven door ons te wijden aan een ‘concrete opdracht’, een toekomstig project of ideaal dat het Zelf overstijgt’.
De bevrijding van de arbeider was de Telos van Karl Marx. Gelijke berechting van zwarte mensen was de Telos van Martin Luther King. Deze mensen en hun doelen spreken ons nog steeds aan. Zij stelden hoge doelen. Het sprak vele mensen aan. Zij werden er door aangesproken en kwamen in beweging en zij gingen zich ook inzetten voor deze doelen.
Ook mij spreekt het enorm aan. Zij stonden ergens voor en gaven woord aan hun Telos; een Telos dat anno nu nog even actueel is.
Zonder schaamte of gene
Als ik een hoog doel stel, mag ik in die traditie staan. Daar voel ik dankbaarheid voor. Dat maakt ook dat ik het kan (blijven) doen.
Maar soms komt er een gevoel van schaamte op. Dan hoor ik een stemmetje: ‘Het is toch naïef te denken dat het hoge doel bereikt wordt?’ Juist als dat stemmetje opkomt, dan weet ik het zeker. Dit doel verdient het er te zijn, geadopteerd te worden door mij, door iedereen. Als ik dat durf te doen, dan kan het gaan stromen en fonkelen. En dan komt op een of andere manier het doel dichterbij.
Mijn doelen
Daarom zet ik me onverdroten in voor hoge doelen in onze huidige tijd. Welke zijn dat voor mij?
Wat is jouw Telos?
Voor welk groot doel durf jij ‘naïef’ te zijn? Welk doel komt dankzij jou aan het licht en krijgt een fonkeling die vuren ontsteekt?
Door Jeroen den Uyl 1 augustus 2022
Soevereiniteit in Eigen Kring
Abram Kuyper ontwikkelde het begrip Soevereiniteit in Eigen Kring als een beginsel voor mensen om zich te weren tegen een overheid die zich aan het eind van de 19de eeuw steeds meer ging bemoeien met de manier waarop mensen zich organiseerden. Geleid door de liberale regeringen (oa Thorbecke) bemoeide de overheid zich meer en meer met het onderwijs en andere levenssferen. Abram Kuyper verdedigde de protestantse levenswijze in alle levenssferen (zorg, onderwijs, etc) tegen de verwatering die dreigde door de ‘heidense’ overheid.
Ik heb een bewondering voor Kuyper omdat hij daarmee ook een grondlegger is van de maatschappijvisie op de gemeenschap, wat we nu de commons noemen. Hij stelde een rechtsfilosofie op, later uitgewerkt door anderen, die de basis voor zijn leer was. In wezen stelt hij dat mensen samen hun eigen levenssfeer moeten kunnen behartigen zónder inhoudelijke bemoeienis van de overheid (of de marktsector).
Overmacht én onmacht
Inmiddels zijn we 140 jaar later. De overheid heeft – ondanks Kuypers’ wensen – zich in elke vezel van ons leven genesteld. Daar zou misschien nog wat voor te zeggen zijn als de overheid een magnifieke service zou verlenen. Dan krijg ik ‘precies dat wat ík nodig heb, precies op tijd, geleverd door een operationeel excellente overheid’. Maar dat is helaas niet het geval. De overheid presteert niet adequaat.
De oorzaken zijn legio, denk aan het stelselmatig rouleren van topmanagement waardoor inhoudelijke vakkennis en -betrokkenheid verloren gaat, het niet weerstaan van de hectiek van de politieke wensen, het versterken van de complexiteit, het uitknijpen van de contactmomenten, het outsourcen van kerntaken, het aannemen van flexwerkers, laag geschoold personeel, etc, etc. De overheid belooft ons welvaart en vertaalt elk probleem in een nieuwe dienst dat tot op het microniveau, het individu, wordt geleverd. Dat is natuurlijk ondoenlijk. Dan loopt alles ook vast. De bagage chaos op Schiphol is er niets bij.
Ondertussen staan de mensen machteloos als ze de almacht van de overheid tegenover zich vinden. Vraag het maar de inwoners van Groningen of de slachtoffers van het kinderopvangtoeslag-schandaal. Of vraag het aan de mensen die van hun moeder boodschappen ontvingen terwijl ze een uitkering kregen.
Het is schrijnend dat, ondanks die overmacht, de overheid zo belabberd presteert op het terrein van duurzaamheid, inkomenszekerheid, armoede, schulden, woningen, beschikbare zorg en gezondheid.
Het is overmacht en onmacht tegelijk.
Zelforganisatie als redmiddel
Dat onvermogen wordt opgemerkt. Inmiddels groeien de maatschappelijke zelforganisaties tegen de klippen op. Opgericht door mensen die met elkaar een publieke taak op zich nemen waar de overheid het laat liggen. Denk aan energiecoöperaties, zorgcoöperaties, collectieve woonprojecten, wooncoöperaties, broodfondsen, voedselcoöperaties etc.
Deze coöperaties geven vorm aan het aloude beginsel Soevereiniteit in Eigen Kring in onze nieuwe tijd. Niet om de overheidsbemoeienis terug te dringen, maar om de klaarblijkelijke onmacht en het onvermogen van de overheid te omzeilen en te vervangen door collectieve kracht van inwoners.
Het beginsel dat altijd geldt
Soevereiniteit in Eigen Kring is een sterk beginsel. Het werkt als de overheid zich nog niet manifesteert in onze leefwereld maar wel aanstalten maakt én het werkt als de overheid dat juist te veel doet. In beide gevallen willen we Soeverein zijn in onze eigen Kring.
Door Jeroen den Uyl 3 juni 2022
De Turnclub is een initiatief van Merlijn Twaalfhoven. De Turnclub bestaat uit een grote groep van kunstenaars die meer maatschappelijke impact willen maken. Denk aan een kunstschilder die niet alleen een schilderij wil maken dat via een galerie in een museum belandt, maar in plaats daarvan meer impact zoekt (al geef ik graag toe dat museale tentoonstellingen ook impact maken, denk maar aan het werk van Ai Wei Wei en de Guernica van Picasso). In de Turnclub helpen de kunstenaars elkaar om hun impactvolle kunstprojecten te realiseren.
Merlijn heeft mij gevraagd verschillende kunstenaars te ondersteunen bij hun plannen. Zo sprak ik Christie de Wit, een componiste/ dirigente. Zij bezocht het Griekse Moira, het vluchtelingenkamp waar de bewoners in mensonterende omstandigheden opgesloten zitten. Dat drong bij haar binnen. Dit is zo oneerlijk! En wat kon ze nou doen?
Ze componeerde een protestlied dat gezongen kan worden door basisschoolleerlingen. Een lied met een pakkend refrein en een couplet dat makkelijk kan worden aangevuld met zelfbedachte teksten. Zo kan het lied meer en meer verspreid worden en kunnen kinderen hun eigen inzichten in het lied opnemen. Dan wordt het ook echt hún lied, en dat zullen hun ouders en familie vast te weten komen. Zo gaat het protest ineens viraal.
Wil je Christie financieel steunen bij haar project? Doneer: https://www.doneeractie.nl/de-wereld-is-van-ons-allemaal/-62731
Elementen om impact te maken
In dit verhaal zitten zes sterke elementen die voor iedereen geldt die impact wil maken:
1. Zorg voor een prikkelend onderwerp dat je moeilijk kan negeren (het vluchtelingenkamp)
2. Zorg voor een sterke emotie (oneerlijkheid van behandeling van de vluchteling)
3. Zorg voor een middel dat makkelijk communiceerbaar is (lied gezonden door kinderen met pakkend refrein)
4. Zorg voor een heldere ruimte waar men op kan inhaken en eigenaarschap kan creëren (een lied met een goed aanpasbaar couplet)
5. Maak het makkelijk om het delen en anderen te infecteren (familie leden, ketting-lied op youtube)
6. Laat je eigen betrokkenheid verder los, zodat anderen er helemaal mee aan de haal kunnen gaan.
Ga maar na hoe jij je projecten inricht waar je impact mee wilt maken. Welk onderwerp, welke emotie, hoe inhaakbaar, hoe communiceerbaar is het? En hoe kan jij jouw rol hierin ook echt onderschikt maken?
Door Jeroen den Uyl 19 mei 2022
Durf jij te dromen? Durf je echt het onmogelijke te dromen? Veel van die dromen hou je voor je, want ze worden al snel als ’niet haalbaar’ en inderdaad als dromerij afgeschilderd. En dan sta je met je dromen aan de kant. En toch is dromen nodig. Zonder gedroomde uitkomst, komt er geen visie en maak je geen energie los. Als er iets nodig is om complexe maatschappelijke issues op te lossen dan is het dromen. Anders blijft alles uiteindelijk bij het oude. Met logisch denken komen we er niet, dat is wel gebleken.
Daarom sta ik even stil bij dromen en hoe die droom voeding is voor een doel dat groot en aantrekkelijk is.
De grote zoete droom
Denk even aan iets groots. Iets moois. Iets wat onrealiseerbaar lijkt maar wel begeerd wordt.
Zoals Riek Bakker droomde van een welvarend Rotterdam Zuid dat helemaal onderdeel zou zijn van de stad Rotterdam. Als je weet hoe Rotterdam Zuid er uit zag en er nu voor een deel ook nog steeds uitziet. Dan zie je dat die droom wel mooi is. Maar ook lijkt het haast onrealistisch. Iets wat je niet zomaar even fikst en misschien duurt het wel langer, zo lang dat jij dat zelf niet meer in jouw leven meemaken zal. Zoiets moeilijks heeft een droom nodig.
Een droom maakt los, zet in beweging
Wat doet die droom doet met jou, met je omgeving, je stakeholders. Hoe werkt het op hen in? Welke kwaliteiten zitten in de droom? En omdat een ‘goede’ droom je pakken kan en iets losmaakt, iets in beweging zet dat je niet kan voorzien dat niet lineair is in te richten, is ook het proces heel belangrijk.
Hoe laat je een droom werkelijkheid worden? Wat moet je doen en niet doen om de droom je te laten sturen in het hier en nu? De droom veroorzaakt beweging; mag ik mee doen?! De droom die mensen in beweging brengt en uitdaagt. Iets onmogelijks doen. Een mens op de maan zetten. Een droom die fijn is om aan te werken, die een ‘platform’ is voor allerlei ideeën, motieven en kansen die in het licht van de droom tot bloei kunnen komen.
In beleidstermen, een droom die meekoppel-kansen biedt voor allerlei wensen en dossiers. Deze droom noemen we ook wel Big Hairy Audacious Goal, oftewel Groot Gedurfd Dapper Doel (GGDD).
De droom die in je zit
Een Groot Gedurfd Dapper Doel is soms al onbewust onderdeel van je handelen. Als je terugkijkt op waar je mee bezig was, zit er vaak een droom onder die veelal niet ter sprake komt. Deels komt dat doordat je er niet bewust van was. En hoe komt dat? Omdat je misschien wel het dromen was afgeleerd. Omdat dromen naïef is. In de ogen van anderen, en soms ook in je eigen ogen omdat je die meningen bent gaan internaliseren.
Dus wordt het tijd je ketens af te leggen en je dromen te erkennen en op te poetsen. En als je ze durft te delen, gaan anderen er mee aan de haal.
Verzameling grote dromen
Sinds enige tijd verzamel ik Grote Gedurfde Dappere Doelen. Ik ben gefascineerd door die doelen, en vooral ook hoe de mensen zich vrij kunnen maken om die droom na te jagen. En vaak ook met succes! In het boek APPPLE – eerste hulp bij integrale gebiedsontwikkeling beschrijf ik er een aantal voor gebiedsontwikkeling. Zoals de Kop van Zuid in Rotterdam, van Riek Bakker, de gebiedsontwikkelaar des vaderlands.
Wil je er meer van weten? Dat raad ik aan het boek te lezen. Scan de QR code.
Mocht je een Groot Gedurfd Dapper Doel kennen en dat willen delen, mail die dan. Wie weet neem ik dat op in een mooi overzicht.